7 november 2015 Symposium 'Klokkenluider of Querulant? Multatuli en andere klokkenluiders'


Het symposium vindt plaats op zaterdag 7 november, 14.00-17.30 uur, in de Balie te amsterdam

Ad Bos, Edward Snowden, Arthur Gotlieb: de laatste tijd zijn er regelmatig klokkenluiders in het nieuws. Multatuli was misschien wel de eerste klokkenluider ooit. Een goede reden om het fenomeen klokkenluider nader onder de loep te nemen. Wat kan Multatuli ons leren? Wat is de wenselijkheid van klokkenluiders in onze samenleving? Hebben Multatuli en zijn mede-klokkenluiders een substantiële bijdrage geleverd? Klokkenluiders kunnen waardevol zijn als aankaarters van misstanden, maar ook lastig als onruststokers, of zelfs irritant als onbetamelijke ruziezoekers die uit zijn op eigen gewin. De ophef heeft in Nederland zelfs aanleiding gegeven tot nieuwe wetgeving, om te voorzien in een "Huis voor klokkenluiders". Op dit symposium proberen we met sprekers en een forumdiscussie een antwoord te vinden op deze vragen.

                                                                                                 Met bijdragen van

Lees meer...

Philip Vermoortel (Hoogleraar Letterkunde KU Brussel), Theodor Holman (publicist), Ronald van Raak (Kamerlid SP en initiatiefnemer Wet Huis van de Kokkenluider), Winnie Sorgdrager (lid Raad van State), Tom Böhm (Letterkundige), Dik van der Meulen (Biograaf van Multatuli) en Jeroen Wester (NRC-redacteur en editeur dagboek van NzA-klokkenluider Arthur Gotlieb). Dagvoorzitter: Arend Jan Heerma van Voss (publicist).


Programma, 14.00 - 17.3o uur


Tom Böhm, 'Beiaardier van donder en bliksem, een introductie op het thema'
Philip Vermoortel, 'Ik bén geen klokkenluider!'
Winnie Sorgdrager, 'Wat is nu eigenlijk een klokkenluider?'
Jeroen Wester, 'Arthur Gotlieb, zijn worstelingen als potentieel klokkenluider'
Theodor Holman, 'Klokkenluider, underdog?'
Ronald van Raak, 'Multatuli: de koning van de klokkenluiders'

Toon minder...

Open Monumentendag 1508 bezoekers


Het Multatuli Huis heeft op Open Monumentendag 2015 maar liefst 1508 bezoekers ontvangen, die allen met een glimlach weer naar buiten kwamen. Zij kregen niet alleen veel te weten over Multatuli maar ook over de behuizing van zijn tijd. Multatuli had geen goed woord over voor 'de kelderholen onder de oppervlakte van de zee' waarin 'de armen wegrotten' en waarop door de overige stedelingen 'met pauwige verwatenheid werd neergekeken'. De tegenwoordige bezoekers hadden overigens diep respect voor de sjouwersfamilie die de kelder van het Multatuli Huis bewoond heeft toen de Douwes Dekkers boven huisden. En gelukkig voor de bezoekers, die via het achterplaatsje de kelder konden betreden, was er nu geen sprake meer van de 'ondraaglyke stank' uit Woutertjes tijd. Op de eerste verdieping leerde

Lees meer...

men dat de aanwezigheid van twee schuiframen duidden op de burgerstand, om precies te zijn 'de 3e klasse, zevende onderafdeling, C, met 'n naaister van zeven stuivers en een boterham', waar meester Pennewip de familie Pieterse indeelde. Met, niet te vergeten, 'godsdienst als boven'. We hebben maar niet verteld dat de halve deuren, hekjes en afsluitingen van de overburen volgens Multatuli blijk gaven van bekrompenheid van geest, in Wouters tijd weliswaar. Waartoe tot slot dat muurkastje op de bel-etage toch gediend heeft en hoe oud het is, dat is voor iedereen nog steeds een raadsel.

Toon minder...

Symposium Vuur!


Vuur! Symposium over engagement in de kunsten met A.H.J. Dautzenberg

Op 26 november verscheen Vuur! bij Uitgeverij Atlas Contact: een bloemlezing van A.H.J. Dautzenberg van Nederlandstalige schrijvers die het maatschappelijk engagement niet schuwden. De verschijning van Vuur! werd donderdagmiddag 26 november tijdens het Wintertuinfestival gevierd met een speciaal symposium gewijd aan engagement in de kunsten. Tijdens het symposium zullen ook de 'vuurstenen' worden ingewijd, twee originele plavuizen uit het gangpad van het huis van Multatuli in Rangbasbitung, waar hij als assistent-resident van Lebak woonde en werkte. Na het symposium worden 

Lees meer...

de stenen in de collectie van het Multatulihuis opgenomen. Naast A.H.J. Dautzenberg zijn onder andereKristien Hemmerechts, Wunderbaum en Eva Meijer te gast. De band betonfraktion zorgt voor muzikale opschudding en Diederik Stapel leidt het publiek door de middag.

U bent van harte uitgenodigd om het symposium op donderdag 26 november bij te wonen. Kaarten voor het symposium kunt u kopen viawww.wintertuinfestival.nl/donderdag.

Praktische gegevens
Wat: Symposium over engagement in de kunsten met A.H.J. Dautzenberg
Datum: donderdag 26 november 2015
Locatie: CC3, Mercatorpad 1, Radboud Universiteit, Nijmegen
Aanvang: 16.00u, Zaal open: 15.45u
Entree: € 6 / € 3 (CJP-/ studentenpas)
Meer info en kaartverkoop: www.wintertuinfestival.nl/donderdag

Over Vuur!
De Nederlandse en Vlaamse literatuur heeft de nodige hemelbestormers voortgebracht. Schrijvers die niet met hun rug naar de samenleving gingen staan, maar die meenden dat hun ideeën en geschriften het verschil konden maken. Hun vervoering leverde bezielde boeken op. In Vuur! bloemleest A.H.J. Dautzenberg Nederlandstalige schrijvers die het maatschappelijk engagement niet schuwden. Van Multatuli tot Dimitri Verhulst, van Herman Heijermans tot Kristien Hemmerechts. In een tijd waarin engagement een vies woord lijkt, maar waarin schrijvers ook regelmatig te weinig maatschappelijke betrokkenheid verweten wordt, is Vuur! een hommage én een aansporing.

Toon minder...

Summertime Walk 2015


Na de drukbezochte Summertime Walk in 2014 organiseert het Multatuli Huis samen met het Pianola Museum, het Theo Thijssen Museum en de Ritman Bibliotheek ook in de zomermaanden van 2015 een wandelroute langs de vaak onontdekte kleine musea in de Jordaan e.o.

Nieuw dit jaar is de deelname van de bijzondere Ritman Bibliotheek in de Bloemstraat. Verschillende restaurants en café's in de buurt hebben hun medewerking aan Summertime Walk weer toegezegd. De start van de wandelroute is in het Multatuli Huis, waar donderdag t/m zondag van 14 tot 17 uur Max Havelaar koffie en –thee wordt geschonken. Deelnemers aan deze wandeling zijn vrij om de volgorde van het bezoek aan de diverse musea zelf te bepalen.  In het Pianola Museum is steeds piano(la) muziek. Het Pianola Museum is geopend van donderdag t/m zondag van 14 tot 17 uur. Theo Thijssen Museum van
10.00-17.00, de Ritman Bibliotheek (alleen donderdag en vrijdag) van 13.30-17.00 uur.

Passe partout ad € 7,50 te koop bij het Multatuli Huis en het Pianola Museum. Daarmee kunt u ook terecht bij het Theo Thijssen Museum. Bij de Ritman Bibliotheek krijgt u 50% korting op vertoon van het passe-partout.

U bent hierbij ook van harte uitgenodigd voor de feestelijke start van de Summertime Walk op donderdag 2 juli van 17 tot 18 uur in het Pianola Museum, Westerstraat 106, www.pianola.nl

Multatuli Huis 40 jaar

Op 1 maart 1975 ging het Multatuli Museum open in de Korsjespoortsteeg 20, waar Eduard Douwes Dekker op 2 maart 1820 ter wereld kwam. Ter gelegenheid hiervan is een minitentoonstelling ingericht, "Multatuliana onder eigen dak, 40 jaar Multatuli Huis in de Korsjespoortsteeg", met een aantal markante stukken uit de collectie.

Max Havelaar Toesprakentoernooi 2015


Anna de Koning en Thijs van der Drift van het Hoeksch Lyceum in Oud-Beijerland hebben het Max Havelaar Toesprakentoernooi gewonnen, dat alweer voor de vijfde keer gehouden werd. Lees het verslag op de site van de Universiteit leiden en bekijk hier het filmpje.

14 okt 2015 vrijdenkersborrel over multatuli


De Partij van de Rede organiseert samen met De Vrije Gedachte elke tweede woensdagavond van de maand de Vrijdenkersborrel in Amsterdam mede voor steden en plaatsen uit de regio.

De eerstvolgende bijeenkomst is woensdag 14 oktober en heeft als onderwerp het atheisme van Multatuli. Als locatie hebben we de Prinsenzaal in Cafe Heffer aan de Oudebrugsteeg 7 in Amsterdam.

Tom Böhm, vicevoorzitter van het Multatuli Genootschap, en Multatuli-biograaf Dik van der Meulen zullen spreken over Multatuli als atheïst. Zonder Multatuli zou de ontkerkelijking in Nederland en België ook wel hebben ingezet, maar vermoedelijk later. Ook zou ze trager zijn verlopen.

Op welke wijze heeft Multatuli de "goddienery", zoals hij het noemde, beïnvloed? Hoe kwam hij er zelf eigenlijk toe het geloof 

Lees meer...

af te zweren? Hoe actueel zijn zijn denkbeelden op dit gebied nog? Deze en andere vragen komen tijdens deze duovoordracht aan de orde.

Iedereen is van harte welkom om aan te schuiven bij de Vrijdenkersborrel om vragen te stellen aan de inleider en mee te discussiëren over het onderwerp. We beginnen om 20:00 uur en zullen rond 22:30 uur de discussie afronden. De drankjes zijn voor eigen rekening.

We staan open voor een bijdrage in de kosten voor het organiseren van de maandelijkse Vrijdenkersborrel in Amsterdam. Het is mogelijk in het restaurant van Cafe Heffer om vooraf een maaltijd te gebruiken. Raadpleeg hiervoor de website: www.heffer.nl

Verschillende vrijdenkers, sceptici, humanisten, godsvrije en atheïstische mensen en anderen zijn van harte welkom om maandelijks met elkaar te discussiëren. De volgende bijeenkomst van dit seizoen 2015-2016 zal zijn woensdagavond 11 November. Als je wilt komen geef je dan op door een e-mailtje te sturen naar: 
amsterdam@partijvanderede.nl.

Toon minder...

Havelaar kledingverkoper?

Max Havelaar is in 1882 een kledingzaak begonnen in Deventer, aldus schrijver Kees 't Hart in de NRC (11 sep), waarin hij voor een aantal beroemdheden en literaire figuren een toekomst heeft bedacht. Havelaar heeft zoals menig voormalig armoelijdende idealist natuurlijk toch maar voor het geld gekozen. Multatuli heeft zich over dit particuliere geval nooit uitgelaten – en hopelijk heeft hij het nooit geweten – , maar zijn opvattingen laten zich raden. Want waar haalde Havelaar zijn winkelvoorraad vandaan? De arbeiders van de katoenfabrieken in de regio hadden nogal te lijden in die tijd. Zou 't Harts mededeling trouwens ook een Multatuliaanse vingerwijzing zijn voor de hedendaagse consument? De kledingarbeiders van Bangladesh zijn per slot van rekening de Saïdjah's en Adinda's van onze tijd.

 

Open Monumentendag 12 en 13 september 2015

Twee schuiframen

Leer de omgeving kennen waarin Eduard Douwes Dekker alias Multatuli geboren is. De beschrijving hieronder is van de schoolmeester van Multatuli's alter ego Woutertje Pieterse, meester Pennewip, die de gewoonte had alles en iedereen in te delen. Zo plaatste hij de bewoners in een bepaalde klasse op basis van het aantal ramen en het al of niet bezitten van een eigen opgang:

'Wat my aangaat, ik zou niet eens gesproken hebben over Pennewips verdeelzucht, als ik niet kon gebruik maken van zyn arbeid, om m'n lezers enig denkbeeld te geven van den kring, waarin de held myner geschiedenis zich bewoog, evenals ik gezegden Pennewip ongestoord zou hebben laten onderricht geven in verzenmaken- dat aprés-tout niet verboden is – wanneer 'k niet voorzag, weldra 'n paar gedichten van z'n leerlingen te zullen nodig hebben tot plaatselyk kleursel.
Na de gewone hoofdafdelingen van bezield en onbezield - waarby de goeie man stoutweg den mens 'n ziel gaf - volgde 'n stelsel dat er uitzag als 'n pyramide, waar God met engelen, geesten, en verder toebehoren, bovenop stond, terwyl de oesters, poliepen en mosselen op den basis rondkropen, of stil lagen naar verkiezing. Ter halver hoogte stonden de koningen, schoolopzieners, burgemeesters, wethouderen en dominees-doctoren in de H. Godgeleerdheid. Daaronder, professoren en kooplieden, die niets zelf maken. Vervolgens, doctoren in wereldse dingen - mits tweepaardig - advokaten en ongedoctorde dominees, kolonels van de burgerwacht, de rektor van de latynse school, enzo voort. Wysgeren - maar ze moesten 'n stelsel hebben - dokters met één paard, of zonder paard, en dichters kwamen later.
Heel laag daaronder, en vry naby de mosselen, had-i de zevende onderafdeling geplaatst der IIIe klasse van den burgerstand, en in die buurt hoorde myn held thuis.
BURGERSTAND, IIIE KLASSE, ZEVENDE ONDERAFDELING
Burgermensen «op kamers» wonende.
a. Vrye opgang... 

Lees meer...

a. Vrye opgang. Drie ramen. Twee verdiepingen met achterkamers. De jongens slapen alleen, maar kleden zich in gezelschap van de meisjes. Kraamschut. Leren frans, en reciteren den Kerstnacht. De meisjes heten Lena, Maria, soms – maar zelden - Louise. Ze borduren, en zeggen: U. De jongens op 'n kantoor. Houden meid, naaister, en 'n mens voor 't grove werk. De was nat thuis. Lezen preken van Van der Palm. Zondags rookvlees, schoon linnen, en likeur na de koffie.
Godsdienst en fatsoen.

b1. Altyd nog drie ramen. Eén verdieping. Boven wonen buren die «tweemaal schellen» (Zie b2). Leentje, Mietje. Louise komt zeer zelden voor. De onderdeur wordt opengetrokken met 'n touw dat glimt van lange dienst. Slapen in één kamer. Kraamschut. Meid «halve naaister» en 'n «mens». Zondags kaas, geen likeur, maar overigens godsdienst en fatsoen als boven.

b2. Tweeschellige buren. Nagenoeg als boven. Zonder meid maar met 'n «mens». Naaister, kaas en schoon-linnen van tyd tot tyd, maar zelden. Godsdienst als boven.

c. Tweede verdieping. Twee schuiframen. Kleine achterkamer die inspringt om de binnenplaats. 't Hele gezin slaapt in twee bedden. Van kraamschut geen spoor. De jongens heten Louw, Piet of Gerrit, en gaan «op» horlogemaken of letterzetten. Soms naar zee, maar zelden. Gedurig twist met de buren, over dien verstopten gootsteen in 't portaal. Overigens, godsdienst als boven. Hebben kennis aan «heel fatsoenlyke mensen». Lezen den Haarlemmer samen met III, 7, b2 (Pp).

Geen meid of «mens» maar 'n naaister van zeven stuivers en een boterham...
Daar zyn we aangeland by Juffrouw Pieterse.
De lezer weet nu vry juist wat-i te denken heeft van Wouters omgeving, en begrypt waarom ik z'n gezichtje stadskleurig noemde toen we hem voor 't eerst zagen in de Hartenstraat.

[Ideeën, eerste bundel/Boek II - blz. 551-552]

Toon minder...

Open Monumentendag


Over het wonen in kelders...

In de kelder van het gezin Douwes Dekker woonde een sjouwersgezin. Een soortgelijke kelder beschrijft Multatuli in de Woutertje Pieterse-fragmenten: de kelder van de firma Van Ouwetyd & Kopperlith waar Woutertje zijn eerste baantje had.

Een kelderwoning in Amsterdam

"Ik begryp dat burgemeesters-filanthropen, als ze gereisd hebben, veel aanmerkingen maken op de Europese logementen, en vooral op die in Nederland. Maar als ze een tydje hadden doorgebracht in 'n kelderwoning te Amsterdam, geloof ik dat ze die logementen bovenal de moeite van 't hervormen zouden waardig keuren"
(Multatuli, Ideeën, tweede bundel/VW Boek III - blz. 125-126)

Lees meer...

Vochtige kelderholen

"Overal klaagt men over zware belastingen, en overal gaat men voort belasting op te brengen aan kerken en kerkedienaars. In gehuchten waar de mensen ternauwernood beschut zyn tegen weer en wind, en hun verblyf delen met de varkens, steken de kerken onbeschaamd hun spitsen omhoog als om den spot te
dryven met de ellende die hen omringt. In de steden zien ze met pauwige verwatenheid neer op de armen die wegrotten in vochtige kelderholen onder de oppervlakte van de zee.'
(Multatuli, Ideeën, eerste bundel/VW Boek II - blz. 632)


Ondraaglijke stank


"-Ben jy Pieterse, de jongeheer die hier op 't kantoor komen zou?-J...a...a, m'nheer!- Zo? Je hoeft geen m'nheer tegen me te zeggen. Ik hiet Gerrit... Gerrit Sloos, weet je. Eigenlyk is m'n naam Schlossmann maar och... wat heeft 'n mens aan die moffekuren, nietwaar? Daarom zeg ik maar Sloos, en zo teken ik ook, want... ik ben de knecht, weet je, de kantoorknecht. Kom maar in!
Wouter daalde de drie trappen af, die toegang verleenden naar het hol. Z'n eerste beweging, toen-i naast de paktafel stond, was 'n onwillekeurige greep naar z'n neus. Want... de stank was onverdraaglyk.
- O nee, zei Gerrit, als antwoordende op dit welsprekend gebaar. Dat reukjen is niet van 't magazyn - ik zeg maar kelder, weet je, want zo zeien we vroeger toen de ouweheer - zelf nog meedeed - die lucht is van den kelder niet, maar van de riolen, weet je!
Zo troost een ed'le ziel haar deelgenoot in 't lyden!
- O zo, zei Wouter, alsof deze opmerking de pestlucht veranderde in 'n geur. O... zo!
- Ja, van de riolen. Daarom ook staat al dat goed daar tegen den muur op planken, zie je. Als 't den grond raakte, zou 't verrotten. Kom mee naar 't kantoor. Maar je komt veel te vroeg, want we bee-n-in den komkommertyd. Dan is er niet veel te doen, dat begryp je-n-ook wel. Maar hoor eens, je mot niet vóór schellen, aan den kelder - de jongeheren zeggen tegenwoordig: magazyn... franse wind allemaal... 'n engelse notting, weet je! Nou, ze hebben 't van dien mallen Wullekes! - je mot het kantoor ingaan in de Vellestraat. Ik zal 't je wyzen. Voor vandaag komt het er nou niet op aan, omdat het de eerste keer is, en omdat je 't niet weet! Je ziet, ik heb je opengedaan...Gelukkig! ... maar anders, weet je, wie op 't kantoor wezen mot, komt in door de Vellestraat. 't Is heel makkelyk te vinden... als je-n-'t maar eens weet. En daarom zal ik 't je wyzen. Kom maar mee.
[…]
Kyk, hier is 't. Tussen de olievaten moet je door - 't is hier altyd even smerig, dat komt van 't lekken, want die vaten lekken al tyd - maar eerst moet je door de stokvisbeukery, en als je dat doet, kom je vanzelf op 't kantoor. Wanneer Gerrit Sloos met dit «vanzelf» bedoelde: gemakkelyk, geleidelyk, zonder omslag, en wat men zou kunnen noemen: op 'n niet onprettige manier... 't zy zo! Over den smaak valt niet te twisten. Gerrit zal 't maar zo by-wyze van spreken gezegdhebben. Onder 't luisteren naar al déze mededelingen, had Wouter den half onderaardsen weg afgelegd, die van de Keizersgracht naar de dwarsstraat leidde, waar men den ingang tot het kantoor van de heren Ouwetyd & Kopperlith te zoeken had. Hy prentte die stokvisbeukery en den gang naast het oliepakhuis diep in z'n geheugen, om zeker te zyn dat-i nooit weer zou worden overgeleverd aan de spitsroeden die hem zo hadden gepynigd aan den voorkant van 't huis. Dat die verheven stokvis-industrie en dat oliepakhuis, niets te maken hadden met de «zaak» waarin Wouter leerling werd, zal de lezer wel begrypen. Er lag op dat terrein 'n servituut van doorgang, en de stokvisbeuker moest gedogen dat er op de deurpost van z'n lokaal 'n ovaal bordje pronkte met het opschrift: «Ingang naar 't kantoor van Ouwetyd & Kopperlith». Ook de olieman mocht den doortocht niet versperren, doch hy nam z'n verplichting zo nauw op, dat men er gewoonlyk niet dóór kon zonder 'n paar smeervlekken mee te nemen. Juffrouw Pieterse heeft daarover vaak gekeven, en ook Wouter-zelf vond het heel onaangenaam. Maar... had-i zich dan voorgesteld, met de wereld in aanraking te kunnen komen zónder bezoedeling? Beste jongen, dat gaat niet!'
[…]


Het plaatsje

"Idee 1191. By 't nalezen der laatste helft van 't vorig hoofdstuk, bemerk ik, 'n gedeelte van den weg die van de Vellestraat naar 't «kantoor» leidde, te hebben overgeslagen. Na 't voorbyworstelen van de glimmende olievaten, moest men den gang door, langs een achterhuis van 'n paar verdiepingen hoog, en eindelyk de binnenplaats over, waarop 't kantoor «uitzag». De lezer die op nauwkeurigheid gesteld is - anderen zyn me onverschillig - wordt gewaarschuwd deze binnenplaats niet te verwarren met het plaatsje, dat zo edelmoedig wat licht meedeelde aan 't magazyn. Tussen die beide «openluchtjes» in, lag 'n groot gedeelte van 't huis, dat lang, smal en hoog was. Na de ontdekkingsreis geleidde Gerrit onzen Wouter naar 't kantoor, wees hem daar 'n tabouret aan, en gaf hem den raad te wachten tot «de heren» zouden komen. En, zei de man: - Dat zal nog wel 'n uurtje duren, want we zyn in den komkommertyd. En ik ga m'n kommetje koffie drinken in de keuken. 't Ga je goed, zolang!
Wouter dreef inderdaad de onbescheidenheid zo ver, dat-i den tabouret opklauterde, die hem aangewezen was. En hy peinsde. De voorwerpen die z'n aandacht tot zich trokken, waren niet zeer geschikt om z'n stemming byzonder vrolyk te maken. Het uitzicht door de twee verweerde vensters op de binnenplaats en 't achterhuis, was - op 't verschil in warmtegraad na - novazemblisch: Een eeuwig grauwe lucht hangt loodzwaar op de... wanden. Hier houdt geen sterfling 't uit. Hier komt geen Noorman landen. Geen andre plek op aard, hoe karig ook bedeeld, Is zo ellendig naakt, zo arm aan groei en teelt!"
(Multatuli, Ideeën, zesde bundel/VW Boek VII - blz. 291-295)


Kelder of magazyn


"- Dit is... de kelder. Doch ik zou je maar raden Magazyn te zeggen, want 'n jong-mens moet altyd... bescheiden zyn in z'n uitdrukkingen. Voor jonge-lieden is bescheidenheid 'n hoofdzaak, en dus... magazyn!- Magazyn, stamelde Wouter.
- Juist! Ma... ga... zyn! Zó is het! Alle deze goederen zyn...koopmansgoederen, en alles ligt - gelyk je ziet - op plankjes. Dit doe ik aldus... om de vochtigheid, want... de vloer is vochtig. Let daar wel op, en geef acht dat je nooit 'n stuk op den vloer legt... nooit of te nimmer!
- Dat zal ik nooit doen, m'nheer!
- Zeer wel! Maar de goederen die op deze tafels liggen... leg ik niet op plankjes, gelyk je ziet. Want... ze liggen op tafels. Dit begryp je-n-immers wel? - O ja, m'nheer!"
(Multatuli, Ideeën, Zevende bundel/Boek VII - blz. 374-375)

Toon minder...

Waterloo 1865

Uit: Multatuli, De zegen gods door Waterloo, 1865:

Ik ben een eenvoudig burgerman (P.G.) die 't goed meent met Thorbecke, Koning, burgemeester, vaderland, godsdienst en verdere geconstitueerde aanbiddenswaardigheden. [...] Ik gelove vastelijk dat wij, zonder de grote overwinning (die prins Willem de Grote van Oranje, met Gods hulp, behaald heeft op den Overweldiger, te Waterloo) dat wij, zonder die grote overwinning, tot heden toe zouden verstoken zijn gebleven van een behoorlijk Wetboek, van de instelling des Burgerlijken Stands, en dergelijke heilzame instellingen meer, die nu (met Gods hulp) alleen te danken zijn aan het dierbaar vorstenhuis van Oranje. [...] Ook hadden wij nooit de Kaap de Goede Hoop teruggekregen, noch Demerara, noch Essequebo, noch Berbice noch St Eustatius, noch Malakka, noch Ceijlon, als prins Willem van Oranje, de Grote, den Overweldiger niet had verslagen (met Gods hulp) te Waterloo. [...]

Bovendien, ik gelove dat zonder die overwinning,

Lees meer...

(ik bedoele de grote overwinning van prins Willem den Grote, met Gods hulp, bij Waterloo) ik gelove, zegge ik, dat zonder die overwinning, misschien hier en daar in de Koloniën gruwelen zouden gepleegd zijn, en dat de aanleggers en medeschuldigen zouden zijn beloond en geëerd, terwijl men (indien niet, met Gods hulp, prins Willem de Grote van Oranje den Overweldiger had verslagen, te Waterloo) terwijl men dan, zegge ik, misschien hen die zich zouden verzet hebben tegen die gruwelen, zou hebben gesmaad en mishandeld. [...]

Wijders gelove ik vastelijk, dat als niet de Heer ons genadiglijk hadde beschermd (door het verlenen van de grote overwinning bij Waterloo, waar de gruwelijke Overweldiger werd overwonnen door den groten Prins Willem van Oranje) dat alsdan, zegge ik in ons vaderland onbeduidende lieden zich zouden meester hebben gemaakt van het gezag, en dat misschien, nu en dan, iemand die geen andere verdiensten had dan onaanstote lijke middelmatigheid, zou belast geworden zijn met de belangrijkste betrekkingen in den Staat; terwijl thans (nu die overweldiger verslagen is door Prins Willem van Oranje) alleen ware verdiensten worden erkend, en niemand toegelaten wordt tot de raadzalen des Konings, dan de personen die, met Gods hulp, staatkunstige levensgangen hebben beschreven of die blijk gaven van bijzondere bruikbaarheid, door de snelheid waarmede zij wisten rijk te worden op Java, met Gods hulp. [...]

Wijders houde ik mij overtuigd, dat in ons dierbaar Vaderland, als niet de Heer den gruwelijken Overweldiger had laten overwinnen... ik meen, als Hij dien Overweldiger niet had doen overwinnen... ik bedoele, als niet de Heer had besteld dat die gruwelijke Overweldiger zou overwonnen geworden zijn (door den groten Prins Willem van Oranje te Waterloo, in prille jeugd) dat alsdan, herhale ik in ons dierbaar Vaderland zou ontstaan zijn een allerverderfelijkste geldregering, die 't volk zou hebben uitgezogen in de gedaante van crediet-verenigingen, maatschappijen, banken, associatiën, compagnieën, sociëteiten en allerlei doorgravende genootschappen; en dat thans (omdat de Heer den prillen Prins van Oranje heeft laten overwinnen - ik bedoel omdat de Heer den Overweldiger heeft laten overwinnen dóór dien Prins - bij Waterloo) dat thans, zegge ik, alleen soliede ondernemingen worden aangemoedigd en beschermd, zodat slechts weinige afzetterijen niet limited zijn en het volk door de ruime gelegenheid om vaderlandse bankiers en zaak-opzetters te verrijken, bewaard blijft voor de verzoeking om z'n geld te steken in buitenlandse zwendelarij. [...]

A.Z. (Lauriergracht, naast 37, en elders.)
Amsterdam, Juni, 1865

[Aantekening (De zegen Gods door Waterloo):]

Dit schetsje van den waanzin waarmee men in '65 den val van Napoleon herdacht, kan nog altijd dienen tot karakterisering van 't leuterparoxijsme waaraan een geïdiotiseerd volk zich zo gaarne overgeeft. De krankzinnigheid der hedendaagse thorbeckomanie past (met Gods hulp) precies in 't kadertje der verstandelijke ontwikkeling en der uitdrukkingswijze van den snuggeren A.Z., en van z'n groot aantal geestverwanten. (1875)

Toon minder...