Zijn laatste jaren

Dekker besloot zich voortaan als Multatuli te wijden aan het schrijverschap. In 1866 emigreerde hij naar Duitsland, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.

De directe aanleiding daartoe was een scène in een theater op 1 december 1865: Dekker stoorde zich aan het onbeleefde gedrag van een paar toeschouwers, die zich vrolijk maakten over het uiterlijk van mevrouw Sauvlet, de sopraan op het toneel. Hij riep de heren achter hem tot de orde en deelde daarbij een paar rake klappen uit. Deze heren deden enkele dagen later, op 5 december, aangifte bij de politie van mishandeling. Bijgevolg ontving Dekker op 8 januari een dagvaarding om op de 18e van die maand op de arrondissementsrechtbank te verschijnen. De reis naar Duitsland was al in de planning, maar werd nog uitgesteld. Een rechtszitting met Multatuli, dat trok veel belangstelling. Toen hij ter zitting verscheen, stipt op het aangegeven tijdstip, moest hij evenwel wachten tot de zaak vóór hem was afgedaan. Daar had Dekker echter geen zin in, dus hij verliet de rechtbank, en de zaak werd bij verstek behandeld. Het vonnis - "een gevangenisstraf van 15 dagen, in eenzame opsluiting te ondergaan, en tot betaling van twee geldboetes van acht guldens elk..." - vernam Dekker pas veel later in Duitsland. Hij was nu wel gedwongen om daar te blijven, want hij kon niet terug. Deze ballingschap zou ruim twee jaar duren: tot 3 maart 1868, toen de straf en het vonnis hem kwijtgescholden werden na onderhandelingen met de conservatieve regering van dat moment.

Lees meer...

Dekker was inmiddels een veelgelezen schrijver wiens stilistische kwaliteiten alom erkend werden, onder andere door zijn Minnebrieven en zijn diverse bundels Ideën (waar zijn onvoltooide jeugd- en ideeënroman Woutertje Pieterse en Vorstenschool deel van uitmaken). Toch bleef hij wegens zijn compromisloze houding bij zijn tijdgenoten omstreden en kampte hij voortdurend met geldgebrek. Wat daarbij ook niet hielp was zijn gokverslaving, en de vele pogingen aan de speeltafel de bank te laten springen. In 1874 overleed in het verre Italië zijn vrouw Tine, van wie hij al langere tijd gescheiden leefde.

Op 1 april 1875 hertrouwde hij in Rotterdam met Maria Hamminck-Schepel (ook wel bekend als Mimi). Een beetje ook als knieval voor de heersende moraal van die dagen. Er waren vergevorderde plannen voor een eerste opvoering van zijn toneelstuk Vorstenschool, Dekker was ook betrokken als regisseur/auteur bij de repetities. Ongetrouwd samenwonen werd bepaald niet geaccepteerd. In Duitsland ging het stel door voor "gehuwd". Daar kon het paar dus niet naar het stadhuis. Zo werd het toch iets gemakkelijker om samen de eerste voorstellingen bij te wonen.

De tournee van Vorstenschool - de première in Utrecht, de toejuichingen en de huldigingen die ermee gepaard gingen - vormden een hoogtepunt in Multatuli's schrijversloopbaan. Niet lang daarna, in 1877, besloot hij wegens zijn slechte gezondheidstoestand, maar meer nog zwaar teleurgesteld in zijn lezers omdat hij zo bitter weinig verandering zag, definitief met het schrijven van nieuw proza te stoppen. Wel bleef hij betrokken bij de uitgave van herdrukken van zijn werk. Hij verzorgde de correctie van drukproeven, en veel noten en commentaar zijn van later datum.

In 1887 overleed Dekker op bijna 67-jarige leeftijd tijdens een astma-aanval in zijn huis te Ingelheim am Rhein.

Toon minder...