Nederlands-Indië

Zo werd Douwes Dekker in 1842 op 12 oktober benoemd tot controleur van het roerige district Natal aan de westkust van Sumatra. Onder Dekkers controleurschap bleek hier echter een kastekort, waarover hij een ernstige berisping kreeg van de gouverneur van Sumatra's Westkust, generaal Michiels. Het leverde hem het etiket "eerloos" op, waardoor Douwes Dekker zich bijzonder gegriefd voelde. Toen hij wegens het tekort te Natal door Michiels tijdelijk was geschorst, en naar eigen zeggen zelfs honger leed, schreef hij, om zich te revancheren, het toneelstuk De eerloze, later uitgegeven als De bruid daarboven. Tooneelspel in vijf bedrijven. Overigens is het de vraag of Dekker voor het kastekort te Natal wel verantwoordelijk was; door zijn bemoeienis met plaatselijke conflicten had hij nauwelijks tijd om zich met de financiën bezig te houden. Het tekort dateerde al van voor Dekkers komst, en was volgens de Max Havelaar, waarin deze episode uitgebreid beschreven wordt, ontstaan doordat gelden voor troepenzendingen naar het binnenland niet waren geadministreerd.

Uiteindelijk werd de geharde generaal, die de vele opstanden op West-Sumatra met succes had neergeslagen, door de Algemene Rekenkamer te Batavia in het ongelijk gesteld. Maar Dekker was als jong bestuursambtenaar de strijd met hem aangegaan, en moest daarom onherroepelijk het veld ruimen. Nadat hij het tekort uit eigen middelen had aangevuld, werd hij op wachtgeld gezet en naar Java overgeplaatst. Het zou echter nog lang niet het laatste conflict zijn in Dekkers ambtelijke carrière, en nadien in zijn schrijverschap.