Op vrijdag 15 juni 2012 organiseert de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde een lezingenmiddag.
Tijd: 14.00-17.00 uur. Het programma is als volgt:
14.00 uur Opening
14.10 uur Paul Bijl: Koloniale nostalgie en de herinnering aan koloniaal geweld
14.40 uur Kees Ruys: 'Alles is voor even'. Over het leven en het schrijverschap van Aya Zikken
15.10 uur Presentatie door Reggie Baay van zijn nieuwe roman 'Gebleekte ziel'
15.30 uur Theepauze
16.00 uur Olf Praamstra: Multatuli als Indo-Europees auteur
16.30 uur Discussie
17.00 uur Sluiting
Plaats: Universiteit Leiden, gebouw 1175 (Lipsius), Cleveringaplaats I (achter het Rapenburg ter hoogte van de Doelensteeg), zaal 005
De toegang is gratis.
Alle belangstellenden zijn van harte welkom.
- Laurens Ham, 'Het gebod of het genot. Multatuli als liefdadigheidsschrijver'
- Herinneringen aan Hans van den Bergh
Albert van den bergh, 'Dat hebt u gisteravond goed gezegd op de tv'
Eep Francken, 'De man met het boekje'
Chantal Keijsper, 'Ik ben daar mijn eigen powerpoint'
Tom Phijffer, 'Het moet zo bedoeld zijn'
- Jaap Grave, 'Wat doen we met Multatuli? Antwoorden van schrijvers, humanisten en vrijdenkers, anarchisten en feministen'
- Jacob Dekker, 'Multatuli dan ook'
- Klaartje Groot, 'Multatuli Kroniek 2011'
- Carel Jan Schneider (1932-2011)
Zojuist is in de Balie in Amsterdam de 25e Woutertje Pieterse prijs uitgereikt aan Ted van Lieshout voor 'Driedelig Paard'. Afgaande op het juryrapport zou je bijna denken dat hier een boek van Multatuli gelauwerd wordt…
Hier een fragment van het rapport, dat door juryvoorzitter Frank Groothof werd uitgesproken: '[...] een verbluffend origineel, knap, dwars, meeslepend en mooi boek. Een kunstwerk op zich, dat niet alleen fraai vorm gegeven is maar ook een schat te bieden heeft aan ontroerende, geestige, hilarische en onzinnige vertellingen. Het bevat een ware encyclopedie aan vertelsoorten en schrijfwijzen. In ieder
Lees meer...verhaal, of blokgedicht, zoals de schrijver het noemt, zet hij een veel beproefde tekstsoort naar zijn hand en maakt de clichés daarvan voorgoed zichtbaar. Je zou het een parodie op literatuur kunnen noemen, maar dan wel een parodie die diep ingrijpt, aan het lachen maakt en aan het denken zet. Dit boek blijft niet steken in alleen een spel met literatuur, het is een meeslepend en emotionerend boek, het zet aan het denken over maatschappelijke verhoudingen, over familieverhoudingen en over de vaste clichés waarbinnen we ons plegen te bewegen. De inzet ervan is hoog [..]'
Een Multatuliaanse stijl is overigens niet een criterium voor deze prijs. Het gaat erom boeken te waarderen die zowel qua inhoud als qua vormgeving uitzonderlijke kwaliteit bezitten. De prijs is vernoemd naar het boek Woutertje Pieterse van Multatuli, omdat dat, wat betreft taal en inhoud, de kwaliteit representeert waarnaar de Stichting Woutertje Pieterse Prijs streeft. Behalve Groothof bestond de jury dit jaar verder uit Jaap Friso, Kees 't Hart, Suzanne Hertogs en Vanessa Joosen. Na de bekendmaking gaf winnaar Ted van Lieshout met een goede en vermakelijke performance het publiek les in het beeldsonnet, waarvan er een aantal in zijn winnende boek staan.
Voorafgaand aan de uitreiking had kinderboekenschrijver en oud-winnaar Edward van de Vendel in zijn lezing 'Is er hier iemand bi?' de afwegingen verkend van kinderboekenschrijvers, uitgevers, juryleden en last but not least de jeugdige lezers zelf bij het bepalen van het beste jeugdboek. Daarbij kun je enerzijds de literaire waarde het hoogste stellen en mooie maar moeilijke boeken waarderen en anderzijds voor een toegankelijker stijl kiezen die meer lezertjes zal aantrekken. De beste schrijvers doen volgens hem allebei. Astrid Lindgren bijvoorbeeld schreef mooi maar vergat nooit de spannende plot. Van de Vendel wilde zelf dan ook niet kiezen. Al gaf hij er wel de voorkeur aan om een groot lezerspubliek van 40.000 kinderen te plezieren - die anders misschien niet zouden lezen - in plaats van slechts veertien heel bijzondere, voorlijke lezertjes te bedienen. Ted van Lieshout daarentegen gaf later die middag aan misschien juist voor dat kleine publiek te kiezen.
Tot slot werd traditiegetrouw het Roverslied van Woutertje ten gehore gebracht. Deze keer in de vertolking van Roos van Rebergen, bekend van de Nederlandse band 'Roosbeef', die zichzelf op piano begeleidde. Voor wie het nog niet uit zijn hoofd kent, lees onderaan deze pagina het roverslied en de reacties tussendoor van Woutertjes publiek.
Omdat de Woutertje Pieterse prijs dit jaar het 25-jarige jublileum viert, werden tevens nog de vijf roverhoofdmannen, dat wil zeggen de beste prijswinnaars van de afgelopen vijfentwintig jaar aangewezen: Imme Dros met Annetje Lie in het holst van de nacht (1988); Toon Tellegen met Bijna iedereen kon omvallen (1994); Joke van Leeuwen met Iep! (1997); Wim Hofman met Zwart als inkt (1998) en Benny Lindelauf voor De hemel van Heivisj (2011). Zij zijn door een speciaal hiervoor aangestelde jury onder leiding van Bregje Boonstra geselecteerd en hun werk wordt belicht in het jubileumboekje 'Voort weer gespoord naar een nieuw avontuur'.
Roverslied
Met myn zwaard.
Op m'n paard.
En myn helm op het hoofd.
Er op in! En den vyand den schedel gekloofd,
En vooruit!
—Christenzielen, riep 't heele gezelschap, is-i dol?
En vooruit!
Op den weg,
Langs de heg,
Met een houw en een stoot
De dragonders verjaagd, en den markgraaf gedood...
—Lieve goeie god, wat heeft-i toch tegen dien markgraaf? jammerde de moeder.
Om den buit!
—Zieje, 't is om den buit, zei juffrouw Laps, ik zeg maar altyd, men begint met 'n bybel, en...
En die buit
Is myn bruid...
—Hebje van z'n leven... z'n bruid! De jongen heeft pas gewisseld!
En die buit
Is myn bruid...
My gekocht met m'n staal...
—Met z'n st...a...a...a...l!
En die buit
Is myn bruid,
My gekocht met m'n staal,
En ik voer, als een veêr, met my mee haar in 't zaal,
Naar de grot...
—Hemelsche genade, wat wil-i in die grot uitvoeren?
Als de wind
Zoo gezwind,
Jaag ik voort met myn vracht,
En ik sla op haar schreien en kermen...
—Och, gerechtige vrede, 't mensch kermt 'r van!
En ik sla op haar schreien en kermen geen acht,
Wat genot!
—Dat noemt-i genot! Ik word 'r koud van!
En dan weer
Op-en-neer,
Rechts en links door het land...
—Lieve Jesis, daar gaat-i weer!
En dan weer
Op-en-neer,
Rechts en links door het land,
Hier een villa verwoest, daar een klooster verbrand,
Tot vermaak!
—De hel zit in dien jongen... tot vermaak!
En dan voort
Weer gespoord
Naar een nieuw aventuur...
—Alweer? Waar wil-i in godsheeren-naam nu weer naar toe? 't Is om te bezwyken...
En dan voort
Weer gespoord
Naar een nieuw aventuur,
En myn reisweg geteekend met bloed en met vuur,
Om de wraak...
—Goeie god, wat hebben ze 'm toch gedaan?
Want de wraak
Is de taak
Van den koning van 't woud...
—Is-i razend... 'k zal 'm koningen!
Want de wraak
Is de taak
Van den koning van 't woud...
Die, alleen tegen allen zyn schepter behoudt...
—Wat 's dàt voor 'n ding?
Die, alleen tegen allen, zyn schepter behoudt,
En banier!
Op, hoezee...
Wie gaat mee?
't Gezelschap rilde op die uitnoodiging.
Op, hoezee...
Wie gaat mee?
Nu geen schepsel verschoond,
Nu de mannen gehangen...
—Lodderyn! Trui, je ziet dâ-k...
Nu de mannen gehangen, de vrouwen...
—Lodderyn... lodderyn!
de vrouwen gehoond...
—Lodderyn, lodderyn, lodderyn... Trui!
de vrouwen gehoond,
Voor pleizier!
—Voor pleizier... herhaalde meester op 'n graftoon, voor pleizier! Hy... doet... die... dingen... voor... zyn... pleizier!
't Heele gezelschap lag in zwym. Ook Stoffel's pyp was uitgegaan. Maar Wouter had iets kalms in z'n wezen, en toen z'n moeder hem genoeg geslagen had om haar bezinning terug te krygen, legde hy zich niet ontevreden neer in 'n hoekje van de achterkamer, waar-i weldra insliep om te droomen van Fancy.
'Het ging Multatuli om zichzelf en om zijn schrijverschap. De rest, dus waarom hij nog steeds beroemd is – de bevrijding van de Javaan – , diende eigenlijk alleen om zichzelf de wereld in te werpen', zei Atte Jongstra op 18 februari in Tros Nieuwsshow. Maar in zijn net verschenen boek Kristalman. Multatuli-oefeningen gaat het over meer dan Multatuli's drijfveren. Jongstra ontvouwt een nieuwe visie op 'de brokkelige schrijfstijl' van Multatuli.
Lees meer...Jongstra haastte zich te zeggen dat hij een groot bewonderaar is van Multatuli's werk maar dat hij een nieuw licht wil werpen op dat unieke schrijverschap. 'Waarom schrijft Multatuli zo brokkelig? Kon hij soms geen afgerond verhaal schrijven? Of wilde hij niet?' Hij heeft deze vragen, die volgens hem tot nu toe nauwelijks gesteld zijn, beantwoord met behulp van de kristalmetafoor. Zowel de werkelijkheid als het werk van Multatuli zijn vergelijkbaar met kristal. Kristal is grillig en onregelmatig en met elke wisseling van het licht krijgt het een andere kleur, het is precies zo veelzijdig als de realiteit zich aan ons voordoet, en Multatuli's werk eveneens. Het schrijfproces van Multatuli is dan te vergelijken met kristallisatie. Neem een takje en leg dat in een zoutmijn. Enkele maanden later zitten daar kristallen aan. Zo ontstaat kristal. Zo doopt Multatuli zijn pen in de werkelijkheid en het resultaat is zijn werk. Voor deze metafoor valt wat te zeggen aangezien Multatuli het zelf ook vaak over kristallisatie heeft, aldus Jongstra.
Toon minder...Zaterdagmiddag 3 maart wordt de voorjaarsvergadering van het Multatuli Genootschap gehouden, om 14 uur in de Doelenzaal van de Universiteitsbibliotheek te Amsterdam. Als spreker zal Anton Korteweg, voormalig directeur van het Letterkundig Museum, optreden met 'Douwes Dekker en de domineedichters, gevolgd door 'Leefregels van een man van fatsoen', waarin hij in het bijzonder op Multatuli's verhouding tot J.J.L. ten Kate zal ingaan. De spreker lichtte alvast een tipje van de sluier op…
Lees meer...Dit is het intrigerende oordeel van Multatuli over dichten op de wijze van J.J.L. ten Kate:
'Mannen moesten zulke kinderachtigheden [als gedichten schrijven] overlaten aan Woutertje Pieterse, en aan de juffrouwen Laps 'die een oom jarig hebben'. Zes weken, zei ik? Wel, om 't tot de handigheid van Ten Kate te brengen, zou ik misschien wel drie maanden nodig hebben. Ieder die myn arbeid aandachtig leest, zal inzien dat het jammer wezen zou zoveel tyd weg te werpen aan laf kinderspel. Zal men dan nooit leren wat Poëzie is?'
Verder gaat Anton Korteweg in op een mogelijke inspiratiebron van Multatuli. In de bijdrage 'Leefregels van een man van fatsoen' aan het Mengelwerk van het Algemeen Letterlievend Maandschrift (1838) treedt een man op die verdacht veel op Droogstoppel lijkt:
'Ik ben een man van fatsoen; en daar de lieden van fatsoen doorgaans veel meer gezond verstand dan anderen bezitten, handel ik in alles stelselmatig, en volgens even gewichtige als vaste grondbeginselen, gelijk ik zal doen zien.'
Was getekend: Ironicus in veritate.
Ook niet-leden zijn van harte welkom!
3 maart, 14 uur, inloop vanaf 13.30.
Doelenzaal Universiteitsbibliotheek, Singel 425 te Amsterdam
'[…] al had hij moed genoeg om te sterven, hij zou graag nog wat geleefd hebben', aldus Mimi Hamminck-Schepel (1839-1930) bij het heengaan van haar geliefde. Vandaag precies 125 jaar geleden is Multatuli (1820-1887) overleden in zijn woonplaats Nieder-Ingelheim am Rhein te Duitsland. Petrus Spigt (1919-1990), oud-bestuurslid van het Multatuli Genootschap, dacht er heel anders over dan Mimi.
Lees meer...In 'Keurig in de kontramine' (1973) betoogde bankman, vrijdenker Petrus Spigt het tegenovergestelde. Multatuli zou helemaal niet nog langer geleefd willen hebben, maar juist uitgekeken hebben naar zijn dood, teleurgesteld omdat niemand naar hem geluisterd had. Al na zijn vijftigste levensjaar is het 'dat zijn veerkracht verslapt, dat het gevoel van een definitieve nederlaag tot hem doordringt […] Hij herleest zijn werken als hij ze corrigeert voor de herdruk en raakt vaak verbitterd als hij bemerkt hoe vergeefs hij de trom heeft geroerd. Dan treedt een periode van resignatie in. Het speelse, grandioze, verlaat hem – maar zijn partij speelt hij uit. Niet klagerig, niet verzuurd gaat hij naar zijn dood, die hij wenst, waar hij naar verlangt.' (Spigt 1973, 205).
Het is volgens Spigt zelfs 'een uitgemaakte zaak' dat 'men in die tijd de verzuchtingen van Dekker omtrent zijn doodsverlangen heeft onderschat of de dreigende betekenis er van heeft verdrongen.' Hij onderbouwt deze stelling door erop te wijzen dat Multatuli nogal wat psycho-somatische klachten had. Zijn dood was een fysieke reactie op het inzicht dat hij gefaald had Zijn lichaam reageerde immers altijd heftig - denk aan slecht zicht, jicht, hoestbuien, migraine - als hij weer eens gedwarsboomd werd in zijn emotioneel altijd zeer beladen plannen en acties. Een ander punt is dat hij overal tegenin ging. Lukte het ene niet, dan wilde hij totaal het andere. Na de mislukking op school reageerde hij met het verzoek aan zijn vader naar Indië te mogen en na de mislukking in Lebak stopte hij daar abrupt zijn carrière. Die voortdurende radicale omslag is een rode draad in Dekkers leven, aldus Spigt. Dekker had na zijn periode in Indië een revolutionaire beweging willen ontketenen om daar dan ooit nog eens als keizer te kunnen regeren. 'De teleurstelling, sterker: de emotionele katastrofe, doordat hij geen weerklank vond, doordat hij er niets gebeurde en bij wát er al gebeurde zijn naam niet eens genoemd werd – deze geweldige frustratie weerspiegelt zich haarscherp in zijn omgekeerde reactie: hij schrijft na 1876 niets meer voor het publiek, hij vestigt zich definitief buiten het vaderland, hij wil niets meer, hij wil dood. Aanvankelijk doet zijn lichaam nog niet mee. Maar tenslotte zet ook dat mechanisme zich in beweging.'(Spigt, 211-212)
Spigt baseert zijn betoog op mondelinge en schriftelijke uitspraken van Multatuli en verwijst naar 'brieven en notities die zich in het archief van het Multatuli Genootschap bevinden', maar specifieke gegevens ontbreken.
Om Multatuli tot slot nog even dichterbij te halen, kunt hier Mimi's live-verslag van Multatuli's sterfbed lezen: 'Hij viel zeer snel in slaap en ik lag geknield by hem en rookte stramonium sigaren en blies hem de rook in. een uur lang. toen stond ik op en schreef een paar briefjes met hoop. Ik hoorde hem ademen, voortdurend en toen het 5 uur was en donker werd en ik begon te vinden dat het lang duurde – toen hield het ademen op – eensklaps, en was hy dood. –' Dit komt uit de aanschouwelijke biografie van Dik van der Meulen, die in 2003 met de Ako-literatuurprijs werd bekroond.
Toon minder...
Bij uitgeverij Atheneum is een nieuwe uitgave van Woutertje Pieterse verschenen met een nawoord van Dik van der Meulen. Door de ogen van een dromerige Amsterdamse jongen geeft Multatuli een rake typering van het Amsterdam van zijn jeugd. In deze aandoenlijke en ironische zedenschets krijgen een strenge schoolmeester (meester Pennewip), een nouveau-riche handelsfamilie, een sympathieke Joodse handelaar en nog vele anderen een rol. De spelling is gemoderniseerd, maar de voor Multatuli karakteristieke 'y' is wel behouden.
Welk werk van Multatuli was 't favoriete van wijlen Hans van den Bergh? Hoe trof hij destijds het illustere kastje van Ter Laan aan, waar de Multatuli-encyclopedie uit voortkwam? En wat is de ‘Multa-pytho’? U kunt er achter komen in het Multatulimuseum, waar vanaf heden de tentoonstelling ‘Hans van den Bergh en Multatuli’ is ingericht. Deze geeft een overzicht van de belangrijkste activiteiten die de voormalige voorzitter heeft ontplooid voor het Multatuli Genootschap. Een mooie aanleiding om (weer) eens het Multatuli Huis te bezoeken!
Inhoud
- Mieke Daniëls-Waterman, 'De Multatuli van het Jiddisch. Een prosopografische bespreking'
- Frits Booy, 'Een kleine boef leert een grote boef kennen. De invloed van de roversroman in Woutertje Pieterse'
- Giulia Signorato, 'Mogen we vrijuit spreken? Representatie en ideologie in Max Havelaar'
- Atte Jongstra, 'Iets over kachels'
- Philip Vermoortel, 'Multatuli als religiecriticus'
- Guido Leerdam & Jos van Waterschoot, ''Multatuli was een theaterdier'. Gesprek met Klaartje Groot, conservator Multatuli Huis'
- Dick Welsink, 'Een aanvullinkje op Ter Laan (2)*'
- Guido Leerdam, 'Potloodcommentaar bij Multatuli Boeken uit nalatenschap N.A. Douwes Dekker naar Multatuli Huis'
- Dik van der Meulen, 'In memoriam Hans van den Bergh'
Hans van den Bergh had veel gemeen met Garmt Stuiveling. Beiden hadden een sociaaldemocratische achtergrond, waren grote sprekers en dronken geen alcohol. En voor zowel Stuiveling als Van den Bergh stond, ondanks beider veelzijdigheid, een aanzienlijk deel van het leven in het teken van Multatuli. Niemand verbaasde zich er dan ook over dat Van den Bergh zijn oudere geestverwant tot tweemaal toe opvolgde: eerst als voorzitter van het Multatuli Genootschap en vervolgens, na Stuivelings overlijden, als bezorger van Multatuli's Volledige Werken.
Lees meer...Van den Bergh was een voorzitter zoals veel leden het graag zagen: iemand die de vergaderingen leidde met welsprekendheid en humor, en die conflicten probeerde uit de weg te gaan – al slaagde hij daar niet altijd in. Befaamd waren de moeilijke vragen waarmee kritische genootschapsleden het bestuur tijdens de ledenvergaderingen bestookten, vragen die in de regel betrekking hadden op de voortgang van K. ter Laan's Multatuli Encyclopedie. Dit merkwaardige, maar tegenwoordig voor alle Multatuli-vorsers onmisbare handboek zou er nooit zijn gekomen als Van den Bergh niet in 1983, kort na zijn aantreden als voorzitter, de steile trap naar de kelder van het Multatuli Museum was afgedaald. In dit souterrain trof hij een houten kastje aan met ongeveer 10.000 fiches, waarop Ter Laan, folklorist, dialectoloog, burgemeester en nog veel meer, wetenswaardigheden over Multatuli had genoteerd. Van den Bergh zag direct dat hier een prachtig boek van kon worden gemaakt – en dat kwam er ook, na inspanningen van velen, ondanks scepsis van enkelen.
In de jaren dat Van den Bergh voorzitter was van het Multatuli Genootschap is er veel gebeurd, zoals de viering van Multatuli's honderdste sterfdag in 1987, met als hoogtepunt de lezing van Jan Wolkers in de Nieuwe Kerk. Dat jaar verscheen eveneens de bloemlezing Multatuli!, samengesteld door onder anderen Hans van den Bergh. In 1987 werd ook het Multatuli-beeld van Hans Bayens op de Torensluis onthuld. Van den Bergh was een van de drijvende krachten achter de totstandkoming van het beeld.
Uiteindelijk gaat het er natuurlijk niet om dat Multatuli wordt herdacht en bewonderd als standbeeld, maar dat men hem leest. Daarin ligt Van den Berghs grootste betekenis. Nadat hij in 1985 Stuivelings plaats had ingenomen als bezorger van Multatuli's Volledige Werken, werkte hij onvermoeibaar voort om de laatste delen – uiteindelijk zouden het er nog acht worden – binnen een niet te lange periode te laten verschijnen. Daarin slaagde hij: tien jaar later verschenen de slotdelen XXIV en XXV, waarmee de belangrijkste Nederlandse schrijver ook de volledigst uitgegeven auteur was. Waar zijn voorganger nog wel eens de neiging had een (zijns inziens) minder relevant document terzijde te schuiven, zorgde Van den Bergh ervoor dat elke snipper van Multatuli en elke mededeling over hem een plaats kreeg in de Volledige Werken.
Na zijn afscheid als voorzitter en de voltooiing van de Volledige Werken bleef Van den Bergh, waar hij kon, de geschriften van Multatuli onder de aandacht brengen. Hij begeleidde als hoogleraar Cultuurgeschiedenis promovendi en werkte mee aan uitgaven over Multatuli. Zo was het mede dankzij hem dat in 2009 Multatuli. Een zelfportret kon verschijnen: een selectie van autobiografische teksten van Multatuli, waarvoor Van den Bergh treffende passages koos en verbindende teksten schreef. Toch zullen velen zich Van den Bergh vooral herinneren als spreker. Onvermoeibaar trok hij door het land om zijn licht te laten schijnen over het werk en leven van Multatuli.
De kracht van Van den Bergh lag, afgezien van zijn redekundige kwaliteiten, in de vele beschouwingen die hijzelf schreef: zijn inleidingen en jaaroverzichten in de Volledige werken, maar ook de artikelen over Multatuli die hij elders publiceerde. Enkele daarvan zijn later opgenomen in zijn bundel De last van leugens. In een van die stukken, 'Multatuli: schrijver tussen waarheid en schoonheid', heeft hij opgeschreven wat volgens hem de kern was van Multatuli's werk:
Als het typisch romantische 'genie' dat Multatuli in diepste wezen was, geloofde hij inderdaad dat de ware literatuur – 'poëzy' – het vermogen bezat mensen op te heffen tot een beter, edeler bestaan, hun de weg zou kunnen wijzen naar ideële sferen, waar tenslotte het onderscheid tussen het ware, het goede en het schone zou zijn opgeheven.
Waarbij Van den Bergh teruggreep naar enkele van zijn favoriete versregels uit Vorstenschool:
Daar is een kracht uit hoge kracht gesproten
die 't zinkend hart des mensen schoort,
die 't opvoert naar een hoger oord,
die 't vastklemt als de stam zyn loten
als moederarmen 't schreiend wicht
aan de eerste bron van liefde en licht
die 't opheft, als het dreigt te zinken
in 't slyk waarin het zich bewoog.
(…)
Die kracht, 't is alles poëzie
Van den Bergh kende het lange gedicht waar deze woorden uitkomen compleet uit zijn hoofd en bracht het, gevraagd of ongevraagd, graag ten gehore. De regels waren typerend voor Multatuli. En voor Hans van den Bergh niet minder.
Dik van der Meulen
Toon minder...'Onsterfelykheid zonder eeuwigheid is 'n koord met één eind.'- Multatuli
Met verslagenheid hebben wij kennisgenomen van het overlijden van
Hans van den Bergh
oud-voorzitter en erelid van onze vereniging, bezorger van Multatuli's Volledige Werken, en een goede vriend.
Het Bestuur van het Multatuli Genootschap
Amsterdam, 25 oktober 2011